Uitspraak
200701608/1, is voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van vrijstelling in de weg staat slechts aanleiding, wanneer deze een evident karakter heeft.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle verleende op 4 april 2006 een lichte bouwvergunning voor het vergroten van een woning, waarbij een tuinmuur op de erfgrens verwijderd zou worden. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning omdat hij geen toestemming had gegeven voor de verwijdering van de mandelige tuinmuur, die hij mede-eigenaar van was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had miskend dat de privaatrechtelijke belemmering van de mandelige muur een evident karakter heeft en daarmee de verlening van de vrijstelling en bouwvergunning in de weg staat. De verwijdering zonder toestemming is niet toegestaan op grond van artikel 5:64 BW Pro.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant alsnog gegrond. Het college moet opnieuw beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de bouwvergunning wordt vernietigd vanwege privaatrechtelijke belemmeringen door de mandelige tuinmuur.