ECLI:NL:RVS:2009:BI1545
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling detentieongeschiktheid vreemdeling en rechtmatigheid vreemdelingenbewaring
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep tegen haar vreemdelingenbewaring ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde dat het detentiecentrum niet geschikt was voor haar als blinde persoon en dat zij daarom detentieongeschikt was. De rechtbank had dit beroep te beperkt opgevat en niet als detentieongeschiktheid aangemerkt.
Ter zitting lichtte de staatssecretaris toe dat de plaatsvervangend directeur van het detentiecentrum verklaarde dat de vreemdeling niet algemeen detentieongeschikt is, geen stressbeperkende medicatie gebruikt, deelneemt aan het dagprogramma en extra aandacht krijgt van medegedetineerden, detentiebegeleiding en medische dienst. Er was geen medische contra-expertise.
De Raad van State oordeelde dat er geen grond was om te concluderen dat de vreemdeling detentieongeschikt is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.