ECLI:NL:RVS:2009:BI1857
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning voor varkenshouderij wegens geurhinder en cumulatie
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen verleende op 5 augustus 2008 een vergunning aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een varkenshouderij op een perceel te Bergen. Deze vergunning werd op 14 augustus 2008 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de Raad van State.
Appellant vreesde onaanvaardbare geurhinder als gevolg van cumulatie van geurbelasting door de inrichting en andere veehouderijen. Hij stelde dat dit aspect onvoldoende was meegewogen in het besluit en de gemeentelijke Verordening geurhinder en veehouderij 2007.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van de Wet geurhinder bij de toetsing aan de grenswaarden alleen de geurbelasting van de inrichting zelf mag worden betrokken en dat cumulatieve geurbelasting niet in aanmerking wordt genomen. Ook de beoordelingsruimte van de gemeenteraad bij het vaststellen van de Verordening werd bevestigd. De Afdeling vond geen aanleiding om te oordelen dat het college of de gemeenteraad in strijd met de wet of een rechtsbeginsel heeft gehandeld.
Daarom verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan op 22 april 2009 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de varkenshouderij wordt ongegrond verklaard.