ECLI:NL:RVS:2009:BI2275
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en weigering tot opleggen lichter middel bij uitzetting
De vreemdeling was op 31 januari 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage had op 17 februari 2009 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende terughoudendheid had betracht bij de toetsing van het oordeel van de staatssecretaris dat een lichter middel dan bewaring niet volstond om de uitzetting te verzekeren. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de maatregel van bewaring noodzakelijk was, ook gezien het feit dat de vreemdeling niet meewerkte aan zijn uitzetting.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag zij geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling blijft gehandhaafd omdat de staatssecretaris zich redelijkerwijs op dit standpunt kon stellen; het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.