ECLI:NL:RVS:2009:BI2279
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning
De vreemdeling maakte bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning. De staatssecretaris wees het bezwaar af maar kende wel een proceskostenvergoeding toe zonder het bedrag vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond omdat het bedrag niet was vastgesteld, maar de Raad van State oordeelt dat het besluit op bezwaar in strijd is met artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dit artikel verplicht het vaststellen van het bedrag van de proceskostenvergoeding bij het besluit op bezwaar.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 24 januari 2008 voor zover het bedrag niet is vastgesteld en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €644,- voor de proceskosten bij bezwaar en €966,- voor proceskosten bij beroep en hoger beroep, alsmede vergoeding van het griffierecht van €359,-. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd vanwege het niet vaststellen van het bedrag van de proceskostenvergoeding en de vreemdeling krijgt vergoeding van proceskosten toegekend.