ECLI:NL:RVS:2009:BI2647
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- H. Borstlap
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning kippenhouderij met co-vergistingsinstallatie wegens onvoldoende motivering geurhinder
Het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel verleende op 27 mei 2008 een revisievergunning voor een kippenhouderij met co-vergistingsinstallatie. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 16 februari 2009 en deed uitspraak op 29 april 2009.
Appellant betoogde onder meer dat de nabijgelegen windmolen ten onrechte niet als onderdeel van de inrichting werd beschouwd, dat de aanvraag onjuiste informatie bevatte, dat verkeershinder en brandveiligheid onvoldoende waren beoordeeld, en dat de vergunning onvoldoende voorschriften bevatte over geurhinder, stofemissies en geluid. De Afdeling verwierp vrijwel alle bezwaren omdat het college zich in redelijkheid op haar standpunten kon stellen en de vergunningvoorschriften toereikend waren.
Echter, appellant stelde terecht dat het college bij de berekening van de geurhinder onjuist was uitgegaan van een volledige omrekeningsfactor voor het stalsysteem, terwijl dit slechts voor 50% van toepassing was. Hierdoor was de motivering van het besluit onvoldoende en voldeed het niet aan artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij milieuvergunningen, met name bij de beoordeling van geurhinder en het toepassen van juiste rekenmethoden voor milieueffecten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent geurhinder.