ECLI:NL:RVS:2009:BI2679
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- H. Borstlap
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gedoogbesluit scheepsreparatie vanwege onduidelijkheid en zorgvuldigheidsgebrek
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland had een gedoogbesluit genomen voor het zonder vergunning in werking zijn van een scheepsreparatie-inrichting op een perceel te [plaats]. De stichting Werkgroep Derde Merwedehaven stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college het gedoogbesluit niet zorgvuldig had voorbereid, onder meer omdat niet duidelijk was welke activiteiten precies werden gedoogd en omdat niet was onderzocht of de beste beschikbare technieken werden toegepast.
Daarnaast was onduidelijk of de activiteiten legaliseerbaar waren, mede door het ontbreken van een actuele vergunningaanvraag en wijzigingen in de wetgeving sinds de oorspronkelijke aanvraag in 1995. De stichting had haar bezwaar dat de geluidgrenswaarden niet handhaafbaar waren ingetrokken. Het college had geen aanleiding gezien om afdeling 3.4 van de Awb toe te passen bij de besluitvorming, wat door de Raad van State werd bevestigd.
Gezien deze tekortkomingen werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de stichting. De uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en zorgvuldigheid bij het nemen van gedoogbesluiten in milieuzaken.
Uitkomst: Het gedoogbesluit is vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en onvoldoende zorgvuldigheid bij de voorbereiding.