ECLI:NL:RVS:2009:BI2691
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.H.M. van Altena
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming schade door reeën aan aardbeiplanten
Het bestuur van het Faunafonds wees het verzoek van appellante om een tegemoetkoming voor door reeën veroorzaakte schade aan haar aardbeiplanten af. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de rechtbank Roermond, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van de Flora- en faunawet en de Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding Faunafonds een tegemoetkoming slechts wordt verleend indien de schade redelijkerwijs niet geheel voor rekening van de grondgebruiker behoort te blijven en deze voldoende preventieve maatregelen heeft getroffen. Het Handboek Faunaschade vermeldt dat reeën vraatschade aan aardbeien kunnen veroorzaken, waaronder ook schade aan de planten zelf.
Appellante stelde dat de schade niet voorzienbaar was en dat het onredelijk was om grote percelen af te rasteren. De Raad van State verwierp deze argumenten, stellende dat de aanwezigheid van reeën bekend was en dat adequate maatregelen redelijkerwijs van appellante konden worden verlangd. Ook de stelling dat het Faunafonds ten onrechte een ontheffing voor het doden van reeën verlangde, werd verworpen.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellante geen preventieve maatregelen had genomen en dat de schade daarom voor haar rekening komt. Ook het betoog dat de schade te laag was getaxeerd, leidde niet tot vernietiging van het besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming bevestigd.