ECLI:NL:RVS:2009:BI3990
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring vreemdeling wegens levenslange gevangenisstraf
De vreemdeling, van Turkse nationaliteit, was sinds 1981 in Nederland en beschikte over een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Hij werd in Duitsland veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor meervoudige moord en zware mishandeling, waarvan de tenuitvoerlegging in Nederland werd toegestaan. De minister verklaarde hem in 2004 ongewenst op grond van de Vreemdelingenwet 2000, en de staatssecretaris handhaafde dit in 2007, waarbij ook rechten uit Besluit nr. 1/80 werden betrokken.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van 2007, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde. De Raad van State oordeelt dat het besluit van 24 april 2007 onvoldoende gemotiveerd is omdat het niet erkent dat de vreemdeling door zijn levenslange gevangenisstraf de arbeidsmarkt definitief heeft verlaten, waardoor hij geen recht op voortgezet verblijf kan ontlenen aan Besluit nr. 1/80. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit intact.
Daarnaast is geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende rekening heeft gehouden met het belang van het gezinsleven van de vreemdeling en dat de beperking daarvan gerechtvaardigd is gezien de ernst van het gepleegde delict. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan de vreemdeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 21 april 2009.
Uitkomst: Het besluit van 24 april 2007 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.