Uitspraak
200703198/1) dient het bestuursorgaan daarom bij zijn beslissing op het bezwaar ook de vrijstelling te heroverwegen, ook al zijn - hetgeen in die zaak speelde - tegen het ontwerp van het vrijstellingsbesluit geen zienswijzen ingediend zoals artikel 6:13 van Pro de Awb voorschrijft. Hieruit volgt dat eventuele gebreken in de voorbereiding van het vrijstellingbesluit in de bezwaarfase kunnen worden hersteld. Niet wordt betwist dat de stukken met betrekking tot het verkennende bodemonderzoek wel ter inzage zijn gelegd in de bezwaarschriftfase. Dat [wederpartij] e.a. in de bezwaarschriftfase ervoor hebben gekozen de stukken niet in te zien, maakt dat niet anders. Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank ten onrechte wegens strijd met artikel 3:11, eerste lid, van de Awb het besluit op bezwaar vernietigd. Het betoog slaagt.