ECLI:NL:RVS:2009:BI4497
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- C.W. Mouton
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na weigering vergunning coffeeshop
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep tegen de afwijzing van een schadevergoedingsverzoek ongegrond verklaarde. De burgemeester had op 21 juli 2006 het verzoek om verlening van een vergunning voor het exploiteren van een coffeeshop afgewezen, waarna appellant schadevergoeding vorderde wegens omzetverlies.
De Raad overwoog dat het besluit van 21 juli 2006 niet was herroepen of vernietigd, zodat de rechtmatigheid ervan in beginsel vaststaat. Appellant kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die een uitzondering op dit uitgangspunt rechtvaardigen. Ook was niet gebleken dat de burgemeester had toegezegd het verzoek om schadevergoeding anders te beoordelen.
Voorts wees de Raad het betoog af dat schadevergoeding kon worden gevorderd wegens het eerdere besluit van 19 juli 2005, omdat dit niet in het verzoek was opgenomen en uitbreiding van het verzoek na besluitvorming niet mogelijk is. Ten slotte oordeelde de Raad dat het afwijzen van het verzoek niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat appellant niet anders behandeld werd dan anderen die niet aan de vergunningvoorwaarden voldeden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding na weigering van de vergunning.