ECLI:NL:RVS:2009:BI4521
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor taxichauffeur vanwege relevante antecedenten
De minister van Justitie weigerde op 11 mei 2007 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) ten behoeve van een chauffeurspas voor taxivervoer. De minister baseerde dit op strafrechtelijke antecedenten binnen vijf jaar, waaronder meerdere veroordelingen voor onverzekerd rijden, het niet bij zich hebben van een geldige chauffeurspas, overtreding van maximumsnelheid en overtreding van de Regeling werkmap.
Appellant stelde dat sommige veroordelingen hem niet te verwijten waren en dat de overtredingen niet relevant waren voor zijn geschiktheid als taxichauffeur. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Afdeling oordeelde dat de strafbare feiten niet verenigbaar zijn met de functie van taxichauffeur en dat de minister terecht de VOG heeft geweigerd.
De Afdeling benadrukte dat bij de toetsing aan objectieve criteria moet worden uitgegaan van de justitiële documentatie en niet van persoonlijke omstandigheden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege strafrechtelijke antecedenten die de veiligheid en behoorlijke taakuitoefening als taxichauffeur in gevaar brengen.