ECLI:NL:RVS:2009:BI4943
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoonbaarheid termijnoverschrijding bezwaar tegen handhavingsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten legde appellant een dwangsom op om een illegale situatie op zijn perceel te beëindigen. Appellant diende bezwaar in tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd buiten de wettelijke termijn van zes weken ingediend. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
Appellant voerde aan dat zijn medische toestand hem verhinderde tijdig bezwaar te maken en dat hij dit alsnog zo spoedig mogelijk had gedaan. De rechtbank oordeelde echter dat appellant in verzuim was, omdat hij geen derde had ingeschakeld om namens hem bezwaar te maken tijdens zijn afwezigheid. De medische verklaringen boden geen uitzonderlijke omstandigheden die dit konden rechtvaardigen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De Raad benadrukte dat het de eigen verantwoordelijkheid van de indiener is om te zorgen voor tijdige indiening, ook bij ziekte of afwezigheid. De uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage in een andere zaak was niet bindend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De termijnoverschrijding van het bezwaarschrift is niet verschoonbaar en het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard.