ECLI:NL:RVS:2009:BI4945
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling detailhandel in woongebied ondanks bezwaar appellanten
Het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen verleende op 7 februari 2006 vrijstelling voor het gebruik van een gedeelte van een schuur op een perceel in een woongebied voor detailhandel. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vrijstelling, dat door het college en later door de rechtbank Middelburg ongegrond werd verklaard.
Appellanten stelden onder meer dat de vrijstelling in strijd was met de rechtszekerheid, dat de belangenafweging niet zorgvuldig was gemaakt en dat de rechtbank ten onrechte terughoudend had getoetst. De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was de vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en artikel 20 van Pro het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. Een goede ruimtelijke onderbouwing was niet vereist, wel een deugdelijke motivering.
De Raad stelde vast dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt en dat het college het belang van de vergunninghouder en het behoud van het monumentale karakter van de schuur mocht laten prevaleren boven het belang van appellanten. Ook was geen sprake van een toezegging die het gerechtvaardigd vertrouwen van appellanten kon wekken. De Raad verwierp het betoog dat reeds bestaande afwijkingen reden waren om de vrijstelling te vernietigen, aangezien dit een handhavingskwestie betreft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot vrijstelling voor detailhandel en verklaart het hoger beroep ongegrond.