ECLI:NL:RVS:2009:BI5898
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak over vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting van Roma uit Kosovo
De vreemdeling werd op 2 maart 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond en beval de opheffing van de maatregel, met toekenning van schadevergoeding. De staatssecretaris van Justitie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof het zicht op uitzetting van de vreemdeling, die tot de Roma-bevolkingsgroep uit Kosovo behoort. De rechtbank had geoordeeld dat geen zicht op uitzetting bestond, mede omdat volgens eerdere afspraken een akkoord van de UNMIK vereist was en er sprake zou zijn van etnische discriminatie.
De Raad van State oordeelt dat sinds 1 november 2008 de screening en terugkeer van Kosovaren door het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Kosovo zelf wordt uitgevoerd via het DBAM, waarbij geen onderscheid naar etniciteit wordt gemaakt. Een akkoord van de UNMIK is niet meer vereist en het gebruikte Readmission Request formulier vraagt niet naar etniciteit. Tijdens een werkbezoek in februari 2009 bevestigde het Kosovaarse ministerie dit beleid.
Daarom bestaat geen grond om aan te nemen dat de eerdere UNMIK-handelwijze ten aanzien van etnische minderheden wordt voortgezet. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en de bewaring gehandhaafd.