Het college van burgemeester en wethouders van Woudenberg besloot op 27 november 2008 de aanvraag van verzoekers om een revisievergunning voor een veehouderij buiten behandeling te laten. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit, dat op 1 april 2009 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelden zij beroep in bij de Raad van State en verzochten om een voorlopige voorziening.
De voorzitter behandelde het verzoek op 14 mei 2009, waarbij beide partijen verschenen en werden bijgestaan door advocaten en deskundigen. De voorzitter benadrukte dat zijn oordeel voorlopig is en niet bindend in de bodemprocedure. Eerder was een vergelijkbaar verzoek van verzoekers reeds afgewezen op 29 januari 2009, omdat het college terecht de aanvraag buiten behandeling had gelaten.
Gezien de stand van zaken en de aangevoerde argumenten zag de voorzitter geen reden om van het eerdere oordeel af te wijken. Daarom wees hij het verzoek om een voorlopige voorziening af en zag hij geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.