Uitspraak
200608238/1, overwogen dat het resterende geschil zich beperkt tot de vraag of met Richtlijn 2004/27/EG aan artikel 15 van Pro Richtlijn 2001/83/EG een andere inhoud is gegeven. Zij komt tot het oordeel dat dit niet het geval is.
200608238/1heeft de Afdeling overwogen dat van de grondstof moet zijn bepaald welke symptomen deze bij gezonde personen zou oproepen, indien onverdund ingenomen, en welk symptoom deze bij een zieke zou kunnen bestrijden. Het College mocht naar het oordeel van de Afdeling van de aanvrager eisen dat de werking van dit zogenoemde Similia-principe ten aanzien van de grondstof wordt aangetoond. Daarbij is uitgegaan van artikel 15 van Pro Richtlijn 2001/83/EG zoals dit luidde vóór inwerkingtreding van Richtlijn 2004/27/EG. Nu artikel 15 van Pro Richtlijn 2001/83/EG na inwerkingtreding van Richtlijn 2004/27/EG wel verduidelijkt maar inhoudelijk niet is gewijzigd, bestaat geen grond voor het oordeel dat dit vereiste niet langer geldt. De vergelijking van de verschillende taalversies van artikel 15, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2004/27/EG, uitgelegd met inachtneming van de algemene opzet en de doelstelling van de regeling, biedt geen steun voor het standpunt van Sanum dat kan worden volstaan met het feitelijk aantonen van het homeopathische gebruik van het eindproduct.