Uitspraak
200602131/1, heeft de Afdeling de goedkeuring van de aanduidingen "wijzigingsbevoegdheid" voor de gebieden IV tot en met VII vernietigd. Voorts is de goedkeuring van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder c, van de planvoorschriften inhoudende de wijzigingsbevoegdheid voor gebied VI vernietigd en heeft de Afdeling goedkeuring onthouden aan deze bepaling. De goedkeuring van het plan wat betreft de gebieden I, II en III is derhalve in rechte onaantastbaar geworden.
200602131/1, met verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 25 oktober 2006, nr.
200600223/1, behoefde in een geval als hier aan de orde, gelet op het bepaalde in artikel 7, tweede lid, onder c, van het Blk 2005, gelezen in samenhang met artikel 14, eerste lid, aanhef en onder a en b van de planvoorschriften, en gelet op de omstandigheid dat het bij een wijzigingsbevoegdheid gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht, bij het opnemen van de in artikel 14, eerste lid, onder a en b, van de planvoorschriften opgenomen wijzigingsbevoegdheden geen onderzoek te worden uitgevoerd naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit van de door toepassing van deze bevoegdheden mogelijk gemaakte ontwikkelingen. Gelet hierop heeft het college terecht gesteld dat het plan niet in strijd is met het Blk 2005. Reeds hierom behoefde het college niet in te gaan op de bevindingen van de deskundige in de vorige beroepsprocedure en de reactie van IVN-De Bilt e.o. op het luchtkwaliteitrapport. Dit betoog faalt derhalve.
200602131/1, volgt dat het college gehouden was de streekplanuitwerking "Hart van de Heuvelrug 1" te herzien alvorens goedkeuring te verlenen aan het voorliggende plan. Nu het college dit heeft nagelaten, had het plan volgens IVN-De Bilt e.o. moeten worden getoetst aan het normale streekplanbeleid. Voorts voert zij aan dat in een later stadium door het college niet kan worden getoetst aan de streekplanuitwerking, omdat het in het bestreden besluit heeft bepaald dat de wijzigingsplannen voor de gebieden V en VI geen goedkeuring behoeven in de zin van artikel 11, zevende lid, van de WRO.
200602131/1, heeft de Afdeling overwogen dat onvoldoende is onderbouwd dat met de streekplanuitwerking "Hart van de Heuvelrug I" wordt voldaan aan de kwaliteitseisen in de uitwerkingsregels van het streekplan, zodat in zoverre aan de streekplanuitwerking dient te worden voorbijgegaan en hieraan in het kader van de beoordeling van het destijds voorliggende plan geen betekenis kan toekomen. Deze streekplanuitwerking zag echter op de zogenoemde rode projecten in de gebieden VI en VII, waaraan het college thans goedkeuring heeft onthouden. Voor zover IVN-De Bilt e.o. betoogt dat het college óók voor de ontwikkeling van bedrijventerrein in de gebieden IV en V gehouden was een streekplanuitwerking vast te stellen vóór het nemen van het thans voorliggende goedkeuringsbesluit, overweegt de Afdeling het volgende.