ECLI:NL:RVS:2009:BI6510
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-toepasselijkheid mvv-vrijstelling voor gezinslid Turkse werknemer wegens blijvende arbeidsongeschiktheid vader
De vreemdeling kwam in oktober 2000 Nederland binnen en kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking verblijf bij zijn vader. De vergunning werd verlengd tot september 2005. De vader van de vreemdeling was ten tijde van toelating al 24 jaar volledig arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering.
De staatssecretaris wees de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning af vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank had de staatssecretaris in het gelijk gesteld, maar de Raad van State vernietigt deze uitspraak. De Raad stelt dat de vader vanwege zijn blijvende volledige arbeidsongeschiktheid niet tot de legale arbeidsmarkt behoort, waardoor de vreemdeling niet valt onder de mvv-vrijstelling voor gezinsleden van Turkse werknemers.
De Raad baseert zich op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en het Besluit nr. 1/80. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen.