Uitspraak
200704478/1.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Limburg heeft op 23 september 2008 het bestemmingsplan "2e partiële herziening van het bestemmingsplan Bedrijventerreinen Oost en West" goedgekeurd, vastgesteld door de raad van Weert op 30 januari 2008. Verzoekster en haar vennoten hebben hiertegen beroep ingesteld en verzochten op 27 maart 2009 om een voorlopige voorziening.
De voorzitter overwoog dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Belanghebbende betwistte het spoedeisend belang, maar de voorzitter achtte dit aanwezig vanwege de lopende bezwaarprocedure tegen een bouwvergunning die op het plan is gebaseerd.
Verzoekster stelde dat een milieu-effectrapportage had moeten worden gemaakt, verwijzend naar het Besluit mer. De voorzitter vond echter geen aanknopingspunten dat de drempelwaarden voor een mer werden overschreden. Verder oordeelde de voorzitter dat de wijziging van milieucategorie 3 naar 4 planologisch toelaatbaar is en niet strijdig met het gemeentelijk structuurplan of provinciaal streekplan.
De aangevoerde bezwaren over richtafstanden en luchtkwaliteit werden onvoldoende onderbouwd geacht. Gezien de belangenafweging wees de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen het goedkeuringsbesluit van het bestemmingsplan wordt afgewezen.