Uitspraak
200708144/1/M1, heeft de Afdeling het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzocht bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op een aantal vragen en de behandeling van de beroepen geschorst.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 26 oktober 2007 een deelrevisievergunning aan E.On Benelux N.V. voor een nieuwe kolengestookte elektriciteitsinstallatie te Rotterdam. Diverse milieuorganisaties, waaronder Stichting Natuur en Milieu, Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie en Greenpeace, stelden beroep in tegen deze vergunning en verzochten om een voorlopige voorziening.
Zij vreesden dat de bouw van de installatie zodanig ver gevorderd was dat een onomkeerbare situatie zou ontstaan, waardoor strengere emissiegrenswaarden voor stikstofoxiden, zwaveldioxide en fluoriden niet meer technisch mogelijk zouden zijn. Tevens maakten zij bezwaar tegen mogelijke overschrijdingen van kritische depositiewaarden in nabijgelegen Natura 2000-gebieden en nationale emissieplafonds.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de bouw reeds was gestart, maar dat technische aanpassingen voor strengere emissie-eisen nog mogelijk zijn en dat investeringsbeslissingen grotendeels voor de bouw waren genomen. Daarnaast werd vastgesteld dat de centrale pas in 2012 in gebruik zou worden genomen, waardoor relevante emissies nog niet plaatsvonden. Gezien deze omstandigheden was er geen sprake van onverwijlde spoed voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De verzoeken om voorlopige voorziening werden daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 19 juni 2009 door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening tegen de vergunning werden afgewezen wegens het ontbreken van een onomkeerbare situatie en onverwijlde spoed.