Uitspraak
200804968/1 en 200808998/1geldt als peildatum voor het overgangsrecht de datum van het van kracht worden van het bestemmingsplan, te weten 8 juni 1999. Volgens de door [appellante] ingezonden nadere stukken is [unit] door [appellante] in 1998 opgericht en is ter zitting door [appellante] en Cyberdance onweersproken gesteld dat [bedrijf] [unit] heeft gehuurd vanaf 15 november 1998, derhalve vóór de peildatum van 8 juni 1999, tot 2001. [bedrijf] had blijkens het verhandelde ter zitting ten tijde van de peildatum de unit in gebruik voor de opslag van vloerbedenking, marmoleum, gordijnen en aanverwante artikelen, als showruimte en voor kantooractiviteiten. Vast staat en niet in geschil is dat dit gebruik in strijd was met het bestemmingsplan. Ter zitting is voorts gebleken dat [appellante] vanaf 2001 de unit achtereenvolgens heeft verhuurd aan verschillende bedrijven, waaronder een trappenfabrikant en een verhuurbedrijf voor feestartikelen, waaronder partytenten, ten behoeve van de opslag. Partijen hebben ter zitting verklaard dat de unit ook door deze bedrijven werd gebruikt voor kantooractiviteiten. Op 15 september 2005 heeft Cyberdance de unit betrokken.
200803773/1) strekt een overgangsbepaling als de onderhavige niet zover dat zij mede kan worden ingeroepen in een geval waarin het bevoegde bestuursorgaan onder vigeur van de vroegere regeling het in geding zijnde gebruik heeft gewraakt en rechtens kon wraken, en het gebruik desondanks is voortgezet. Voor wraking is voldoende dat betrokkene namens burgemeester en wethouders op ondubbelzinnige wijze te kennen is gegeven dat sprake is van illegaal gebruik. Bovendien moet aan betrokkene duidelijk zijn gemaakt dat in voortgezette overtreding van dit illegale gebruik niet zal worden berust.