Uitspraak
200400798/1, behoort bij de beoordeling of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. De uitbreiding waar het bouwplan in voorziet bedraagt 96 m². Het college heeft bij de berekening van de parkeerbehoefte aansluiting gezocht bij de "Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom" van de stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (hierna: ASVV 2004). De ASVV 2004 bevelen voor een kantoorfunctie (zonder balie), als de onderhavige, een minimumnorm van 1,2 tot 1,7 parkeerplaatsen per 100 m² aan. Vast staat dat het bouwplan niet voorziet in parkeerruimte in, op of onder het pand en evenmin op of onder het daarbij behorende onbebouwde terrein. Gelet hierop staat eveneens vast dat het bouwplan in strijd is met artikel 2.5.30, eerste lid, van de bouwverordening.