ECLI:NL:RVS:2009:BJ1551
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake mvv-vereiste en medische noodsituatie bij verblijfsvergunning
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en beval een heroverweging, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De medische situatie van de vreemdeling, die borstkanker heeft gehad en onder langdurige hormonale behandeling staat, werd onderzocht aan de hand van een BMA-advies. Dit advies concludeerde dat zij in staat is te reizen en dat behandeling in het land van herkomst beschikbaar is, waardoor geen acute medische noodsituatie binnen drie maanden te verwachten is.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht het mvv-vereiste toepast en dat het beroep op artikel 3 EVRM Pro (verbod op onmenselijke behandeling) niet slaagt omdat geen sprake is van een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium van ziekte. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) faalt, mede omdat het verblijf in Nederland niet rechtmatig was en de terugkeer naar het land van herkomst tijdelijk wordt geacht.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, waarmee het besluit van de staatssecretaris standhoudt.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.