ECLI:NL:RVS:2009:BJ1567
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motiveringsgebrek en aannemelijkheid bijzondere individuele omstandigheden in vreemdelingenrecht
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage die een besluit van 23 januari 2008 vernietigde wegens een motiveringsgebrek. De vreemdeling had aangevoerd dat hij bijzondere individuele omstandigheden had, namelijk een ontvoering en het moeten verrichten van seksuele handelingen, die een verlenging van zijn verblijfsvergunning rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden voldoende aannemelijk waren gemaakt, ondanks het ontbreken van een aangifte, mede vanwege consistente verklaringen en een politieverklaring waaruit bleek dat melding was gemaakt van de ontvoering. De staatssecretaris stelde dat de rechtbank terughoudend had moeten toetsen en dat hij beoordelingsvrijheid had bij de bewijswaardering.
De Raad van State overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de staatssecretaris een onjuiste toetsingsmaatstaf hanteerde door de aannemelijkheid van de omstandigheden niet te erkennen. De Raad bevestigt dat bij de beoordeling van aannemelijkheid geen terughoudende toets plaatsvindt, maar een volledige toets. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast veroordeelt de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en legt griffierechten op. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 1 juli 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.