ECLI:NL:RVS:2009:BJ1865
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag toevoeging rechtsbijstand wegens te late indiening
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de afwijzing door de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch van zijn aanvraag voor een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb). De aanvraag werd gedaan op 20 maart 2007, nadat de rechtsbijstand feitelijk al was verleend, namelijk met de dagvaarding op 8 januari 2007.
De raad wees de aanvraag af omdat deze te laat was ingediend, meer dan vier weken na aanvang van de rechtsbijstand, en er geen verschoonbare omstandigheden waren. De rechtbank bevestigde deze afwijzing in haar uitspraak van 22 september 2008. Appellant voerde onder meer aan dat de rechtsbijstand pas aanving bij de opdrachtverlening aan zijn gemachtigde en dat de toevoeging ook tijdens de cassatietermijn aangevraagd kon worden.
De Raad van State oordeelt dat het beleid van de raad, zoals vastgelegd in het Handboek Toevoegen en bevestigd door eerdere jurisprudentie, juist is. De aanvang van de rechtsbijstand wordt bepaald door het feitelijk verlenen ervan, hier de dagvaarding op 8 januari 2007. De aanvraag op 20 maart 2007 is daarmee te laat. De stellingen van appellant worden verworpen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor toevoeging wegens te late indiening.