Uitspraak
200802451/1bestaat voorts geen grond voor het oordeel dat de rechtbank, bij beantwoording van de vraag of [appellante] als werkgever in de zin van de Wav moet worden aangemerkt, ten onrechte heeft overwogen dat de aard, omvang en duur van de werkzaamheden niet ter zake doen en evenmin van belang is of loon is betaald dan wel het enkel hulp betrof. Die factoren kunnen, net als de omstandigheden dat, naar gesteld, sprake was van uitlokking en [vennoot b] niet kon voorkomen dat de vreemdeling het bakje aan de klant overhandigde, slechts worden betrokken bij de vraag of grond bestaat de opgelegde boete te matigen.
200704906/1) wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200702733/1), de Wav geen grondslag voor het geven van een waarschuwing of een voorwaardelijke boete biedt. Van gerechtvaardigd vertrouwen dat geen boete zou worden opgelegd kan reeds hierom geen sprake zijn.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200803230/1/V6), brengt het evenredigheidsbeginsel met zich dat niet alleen de mate van verwijtbaarheid aanleiding kan vormen voor matiging van een opgelegde boete, maar ook de ernst van de overtreding en de omstandigheden waaronder deze is begaan van betekenis kunnen zijn bij de beoordeling of de hoogte van de opgelegde boete dient te worden gematigd. Factoren zoals de aard, intensiteit en duur van de werkzaamheden kunnen, zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 8 oktober 2008 in zaak nr.
200802451/1), daarbij een rol spelen.