ECLI:NL:RVS:2009:BJ2606
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- D. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek wegens ontbreken inrichting in zin Wet milieubeheer
Het dagelijks bestuur van de intergemeentelijke milieudienst Beek-Nuth-Stein wees het verzoek van appellanten af om bestuurlijke handhavingsmiddelen toe te passen tegen het houden en fokken van honden door vergunninghouders aan een locatie in een plaats. Het bestuur oordeelde dat deze activiteiten geen inrichting vormen in de zin van de Wet milieubeheer, omdat er geen sprake is van bedrijfsmatige of bedrijfsmatig gelijkgestelde bedrijvigheid.
Appellanten stelden dat het houden en fokken van honden wel als inrichting moet worden aangemerkt en dat het dagelijks bestuur zich ten onrechte onbevoegd achtte. Zij voerden aan dat de activiteiten de schaal van hobbymatig ontstijgen en dat een vergunning vereist is. De Raad van State toetste dit aan de wettelijke definitie van inrichting en het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
Uit inspectierapporten en het dossier bleek dat zeven labrador-retrievers werden gehouden, met enkele nesten pups per jaar, en dat de honden overdag in een hondenren verblijven en 's nachts in het woonhuis. Er werd slechts sporadisch honden ter verkoop aangeboden en er was geen bewijs van winstgerichte exploitatie. De Raad concludeerde dat de activiteiten niet bedrijfsmatig zijn en ook niet in omvang gelijkgesteld kunnen worden aan bedrijfsmatigheid.
Daarom is het houden en fokken van honden geen inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, en was het dagelijks bestuur terecht niet bevoegd om handhavend op te treden. Het bezwaar van appellanten werd terecht ongegrond verklaard en het beroep bij de Raad van State werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het houden en fokken van honden geen inrichting is in de zin van de Wet milieubeheer.