ECLI:NL:RVS:2009:BJ2632
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ontheffing voor dam met duiker wegens onrechtmatig gebruik
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Waterschap Rivierenland verleende op 2 juli 2003 een ontheffing aan appellant voor het plaatsen van een dam met duiker ter ontsluiting van een perceel. In 2005 constateerde het college dat appellant op de dam een tuinhuisje had geplaatst, wat in strijd was met het doel van de ontheffing. Daarom werd de ontheffing op 22 mei 2007 ingetrokken en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. Appellant voerde aan dat de intrekking disproportioneel was en dat de ontsluiting van het perceel nog steeds bestond, ook zonder dat de ontsluiting geschikt was voor voertuigen. De rechtbank oordeelde dat de beleidsregels terecht voorschrijven dat ontheffing alleen wordt verleend voor noodzakelijke ontsluiting, en dat het college terecht aannam dat het tuinhuisje het doel van de ontheffing ondermijnt.
De Raad van State overwoog dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het college op de hoogte was van het plan om een tuinhuisje te plaatsen en dat het college terecht de ontheffing introk omdat het gebruik afweek van het aangevraagde doel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de ontheffing bevestigd.