Uitspraak
200204721/1), heeft de minister bij de toepassing van artikel 10 van Pro de RWN beoordelingsvrijheid waarvan de invulling primair tot zijn verantwoordelijkheid behoort. De enkele omstandigheid dat de echtgenote van [verzoeker] reeds geruime tijd in het bezit is van een Nederlands nationaal paspoort en hij naar Bosnië wil gaan om aldaar zijn traumatische ervaringen te verwerken, maakt niet dat de minister een bijzonder geval als bedoeld in artikel 10 van Pro de RWN aanwezig had dienen te achten.