ECLI:NL:RVS:2009:BJ3048
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op verblijf als familielid van burger van de Unie ondanks niet-geregistreerd huwelijk
De vreemdeling, gehuwd met een Nederlandse staatsburger, werd in vreemdelingenbewaring gesteld en het beroep tegen deze maatregel werd door de rechtbank ongegrond verklaard. De vreemdeling voerde aan dat zijn huwelijk rechtsgeldig is, ondanks dat het nog niet in België was geregistreerd, hetgeen volgens hem het gastland is.
De Raad van State overweegt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het ontbreken van registratie in België betekent dat het huwelijk niet rechtsgeldig is. Volgens het Nederlandse internationaal privaatrecht, en de Wet conflictenrecht huwelijk, dient een buiten Nederland gesloten huwelijk dat rechtsgeldig is volgens het recht van de staat waar het is voltrokken, als rechtsgeldig te worden erkend.
Verder verwijst de Raad naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen waarin is bepaald dat de staatssecretaris zelfstandig moet beoordelen of een vreemdeling als familielid van een burger van de Unie moet worden aangemerkt en recht heeft op verblijf, ook als het huwelijk nog niet in het gastland is erkend.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor nieuwe behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens stelt de Raad de proceskosten vast en bepaalt dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen voor nieuwe beoordeling.