ECLI:NL:RVS:2009:BJ3405
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.J. Borman
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Weigering afgifte Verklaring Omtrent het Gedrag aan kandidaat gerechtsdeurwaarder
Appellant verzocht om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om als kandidaat gerechtsdeurwaarder te kunnen werken. De minister weigerde de VOG op grond van justitiële documentatie waarin sprake was van een verdenking van verduistering en witwassen binnen de relevante termijn van vier jaar.
De minister baseerde zich op de Beleidsregels VOG NP-RP 2004, die onder meer een specifiek screeningsprofiel voor juridische dienstverlening bevatten, waaronder de functie van gerechtsdeurwaarder. Dit profiel benadrukt risico's zoals misbruik van gevoelige informatie en financiële delicten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel.
Appellant voerde aan dat hij geen eerlijk proces had gehad en dat de minister onterecht de Circulaire toepaste terwijl slechts sprake was van een verdenking, geen veroordeling. Ook stelde hij dat bijzondere persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De Afdeling oordeelde dat de verdenking op zichzelf voldoende grond was voor weigering en dat het beleid rechtmatig en proportioneel werd toegepast.
De Raad van State concludeerde dat de minister niet onredelijk heeft gehandeld en dat het belang van de samenleving bij het voorkomen van risico's in de functie van gerechtsdeurwaarder zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de VOG bevestigd.