ECLI:NL:RVS:2009:BJ3425
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P. Vermeulen
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunningverlening en intrekking ontheffing ligplaats woonboot Prinsengracht Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok in 2000 de ontheffing in voor een stationerend vaartuig aan de Prinsengracht en verleende vergunningen voor ligplaats en vervanging van woonboten aan een belanghebbende. Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten en stelden beroep in bij de rechtbank en hoger beroep bij de Raad van State.
De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en ongegrond, maar vernietigde later enkele besluiten na hoger beroep. Het dagelijks bestuur handhaafde de vergunningen en intrekking van de ontheffing, waarna appellanten opnieuw beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde onder meer de strijdigheid met het bestemmingsplan, de toepassing van de Verordening op de haven en het binnenwater (VHB), en de criteria voor ligplaatsverlening.
De Afdeling oordeelde dat het dagelijks bestuur de vergunning voor de ligplaats en de vervangingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen, mede gezien nautische knelpunten en planologische criteria. De intrekking van de ontheffing was terecht, mede omdat een alternatieve ligplaats en financiële tegemoetkoming waren aangeboden. De weigering van bestuursdwang werd bevestigd vanwege een rechtens effectieve vrijstelling van het bestemmingsplan. Het hoger beroep werd in alle onderdelen ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.