Uitspraak
200509111/1), is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever in de zin van de Wav om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of de voorschriften van die wet zijn nageleefd. Reeds omdat [appellante sub 2] bij aanvang van de werkzaamheden de identiteit van de vreemdelingen niet heeft gecontroleerd, heeft [appellante sub 2] niet al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was gedaan om de overtreding te voorkomen.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter. Het is aan degene die een beroep doet op bijzondere omstandigheden om dit beroep te onderbouwen.
200705985/1) had het bevoegde orgaan, de Centrale organisatie werk en inkomen (hierna: de CWI), in het kader van deze aanvraag kunnen beoordelen of voor de tewerkstelling van de vreemdelingen prioriteitgenietend arbeidsaanbod aanwezig was en of de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden zich tegen de beoogde tewerkstelling verzetten. Nu deze beoordeling door de CWI niet heeft plaatsgevonden, is niet vastgesteld dat de doelstellingen van de Wav niet zijn geschonden. De enkele stelling van [appellante sub 2] dat dit het geval is, is hiervoor onvoldoende.
200709038/1), heeft de wetgever, gelet op artikel 19d, eerste lid, van de Wav, wat de hoogte van de maximaal op te leggen boete betreft uitsluitend onderscheid gemaakt tussen rechtspersonen en natuurlijke personen en niet van belang geacht of de rechtspersoon al dan niet een winstoogmerk heeft. Dit brengt met zich dat bij de beoordeling van de vraag of gronden bestonden om de opgelegde boete te matigen, niet van belang is dat [appellante sub 2] geen commercieel doel heeft.
200606955/1) is voor de hoogte van de op te leggen boete de gekozen rechtsvorm bepalend. Deze rechtsvorm is in dit geval een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, zijnde een rechtspersoon. Voor een rechtspersoon is, ongeacht de doelstelling, het boetenormbedrag voor overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wav gesteld op € 8.000,00 per illegaal tewerkgestelde vreemdeling. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, bestaat derhalve geen grond om bij het vaststellen van de hoogte van de boete aan te sluiten bij de boete die zou zijn opgelegd indien het hier een natuurlijk persoon zou hebben betroffen.