ECLI:NL:RVS:2009:BJ3612
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- T.M.A. Claessens
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid Nederlandse gezinsherenigingsprocedure met twee toetsmomenten
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking gezinshereniging. De vreemdeling was met een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) Nederland binnengekomen, maar de aanvraag werd afgewezen omdat haar echtgenoot was overleden en zij daardoor niet langer voldeed aan de voorwaarden voor verblijf met het oog op gezinshereniging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Nederlandse procedure, waarbij eerst een mvv wordt verleend en daarna een aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt ingediend en beoordeeld, niet in strijd is met de Europese Gezinsherenigingsrichtlijn 2003/86/EG. De richtlijn schrijft geen procedure voor waarbij direct bij de mvv-aanvraag ook een verblijfsvergunning wordt verleend.
De Afdeling stelde dat het recht op gezinshereniging materieel wordt beschermd en dat de procedurele opzet met twee toetsmomenten doelmatig, transparant en billijk is. De weigering van de verblijfsvergunning was gerechtvaardigd omdat de vreemdeling niet langer een werkelijk huwelijks- of gezinsleven onderhield met de gezinshereniger, zoals toegestaan onder artikel 16 van Pro de richtlijn.
Het beroep van de vreemdeling dat zij op grond van nationaal recht aanspraak had op voortgezet verblijf werd verworpen, omdat een mogelijke inbreuk op nationaal recht niet automatisch een schending van het communautaire recht inhoudt. De Afdeling bevestigde het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.