ECLI:NL:RVS:2009:BJ4048
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Verklaring Omtrent het Gedrag na eerdere veroordelingen
De minister van Justitie weigerde de afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan appellant vanwege eerdere veroordelingen voor diefstal onder verzwarende omstandigheden. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister het juiste risicoprofiel had toegepast, namelijk het profiel voor goederen, omdat appellant werkzaamheden verrichtte waarbij hij dozen op een lopende band plaatste, wat onder het risicoprofiel goederen valt. De eerdere veroordelingen binnen de vierjaarstermijn vormden een objectief criterium voor weigering.
Appellant voerde aan dat zijn minderjarigheid ten tijde van de feiten en de relatief geringe ernst van de feiten een gunstige beoordeling rechtvaardigden. De Raad van State verwierp dit, stellende dat minderjarigheid geen bijzondere betekenis heeft in de beoordeling en dat de ernst van de feiten en het korte tijdsverloop tussen veroordeling en aanvraag een weigering rechtvaardigen.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de samenleving zwaarder woog dan het belang van appellant bij afgifte van de VOG. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege eerdere veroordelingen en het juiste risicoprofiel.