ECLI:NL:RVS:2009:BJ4068
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. van den Brink
- J.G.C. Wiebenga
- W.J. Deetman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuring planvoorschriften kampeermiddelen in bestemmingsplan Buitengebied en Koedijk
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland keurde op 22 juli 2008 het bestemmingsplan "Buitengebied en Koedijk" goed, vastgesteld door de gemeenteraad van Langedijk. Tegen dit besluit stelden drie appellanten beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellant sub 1 betoogde dat het plan ten onrechte geen bouwmogelijkheden voor recreatieve bebouwing buiten een bouwvlak toestaat op zijn perceel. De Afdeling oordeelde dat het college en de raad in redelijkheid het belang van het behoud van het open bebouwingslint en zichtlijnen konden laten prevaleren boven de wens tot bebouwing, en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant sub 2 stelde dat zijn woning ten onrechte binnen de aanduiding 'te bebouwen erven' viel en dat een deel van zijn perceel onterecht buiten de plangrens was gehouden. De Afdeling vond dat het college de keuze van de raad om de woning niet als zodanig te bestemmen, ondanks het langdurige gebruik, redelijk kon maken en dat de plangrens niet in strijd was met een goede ruimtelijke ordening. Ook dit beroep werd ongegrond verklaard.
Appellante sub 3 betoogde dat de planvoorschriften ten onrechte kampeermiddelen op agrarische erven beperkten tot tenten en trekkershutten, terwijl het gemeentelijke kampeerbeleid ook caravans en kampeerauto's toestaat en trekkershutten niet als kampeermiddelen gelden. De Afdeling stelde vast dat dit planvoorschrift onjuist was en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom vernietigde de Afdeling dit onderdeel van het besluit en onthield goedkeuring aan het betreffende planvoorschrift. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante sub 3.
Uitkomst: Het besluit is deels vernietigd wegens onjuiste planvoorschriften over kampeermiddelen; overige beroepen zijn ongegrond verklaard.