Uitspraak
200801440/1, gesteld dat niet de aanvraag maar de feitelijke situatie bepalend is.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Someren verleende op 1 juli 2008 een revisievergunning voor een veehouderij aan een locatie te Someren. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het beroep en oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het betrekking had op de uitstoot van zwevende deeltjes.
Appellant voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van een milieu-effectrapportage, onjuiste toepassing van de Wet stankemissie, onjuiste ammoniakemissieberekeningen, onvoldoende motivering omtrent de beleidslijn IPPC, en het ontbreken van controlevoorschriften geluid. De Afdeling verwierp de meeste gronden, maar stelde vast dat het besluit in strijd was met artikel 8.12, vierde lid, van de Wet milieubeheer omdat aan de vergunning geen controlevoorschriften met betrekking tot geluid waren verbonden.
De Afdeling verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en vernietigde het besluit voor zover het betreft het ontbreken van de controlevoorschriften geluid. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. Het overige beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt gedeeltelijk vernietigd wegens het ontbreken van controlevoorschriften geluid.