Uitspraak
200405904/1), geldt als uitgangspunt dat elke verkeersdeelnemer zich ervan dient te vergewissen wat de ter plaatse geldende verkeersregels zijn en dat hij, voor zover hem dat niet direct kenbaar is, nader dient te bezien wat op een zich ter plaatse bevindend verkeersbord is aangegeven. De Afdeling deelt het oordeel van de rechtbank dat op basis van de aanwezige foto's in het dossier het voor [appellante] voldoende duidelijk kon zijn dat zij haar voertuig niet in het betreffende parkeervak mocht parkeren. De omstandigheid dat zij tegen de rijrichting in heeft geparkeerd, waardoor zij, naar zij stelt, het bord niet heeft gezien, dient voor haar rekening en risico te komen. De omstandigheid dat [appellante] over een gehandicaptenparkeervergunning beschikt laat de overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het Reglement onverlet. De verwijdering van het voertuig was noodzakelijk in verband met het vrijhouden van het betreffende parkeervak. Derhalve was voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de bestuursdwangbevoegdheid zoals vermeld in artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, van de WVW 1994.