ECLI:NL:RVS:2009:BJ4389
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning onbepaalde tijd wegens onjuiste toepassing intrekkingsgrond
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die de intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd aan de vreemdeling vernietigde. De vergunning was ingetrokken op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens, zonder dat werd vastgesteld dat dit op frauduleuze wijze was gebeurd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte niet het juiste toetsingskader van artikel 22 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 had toegepast, dat vereist dat de vergunning voor onbepaalde tijd alleen kan worden ingetrokken indien deze op frauduleuze wijze is verkregen. De staatssecretaris voerde aan dat het verstrekken van onjuiste gegevens voldoende was en dat hij ook een bredere intrekkingsbevoegdheid had, maar dit werd door de Raad van State verworpen.
De Raad van State bevestigde dat de intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet op de juiste wettelijke gronden was gebaseerd en dat de staatssecretaris niet bevoegd is om buiten de in artikel 22 genoemde Pro gevallen tot intrekking over te gaan. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en tot betaling van griffierecht. Hiermee is de rechtszekerheid en het juiste gebruik van intrekkingsgronden in vreemdelingenzaken gewaarborgd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.