ECLI:NL:RVS:2009:BJ4401
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste verklaring vreemdeling over aanwezigheid advocaat bij gehoor in vreemdelingenbewaring
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die de opheffing van de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling had bevolen. De kern van het geschil was of de vreemdeling voorafgaand aan het gehoor had verklaard geen advocaat te willen, terwijl de rechtbank oordeelde dat hij wel een advocaat wilde.
Het proces-verbaal van het gehoor vermeldde dat de vreemdeling, die de Nederlandse taal voldoende beheerst, had verklaard geen advocaat bij het gehoor te willen. De staatssecretaris voerde aan dat er een afspraak was met een advocaat die bij het gehoor aanwezig zou zijn, en dat dit een aanknopingspunt was om aan de juistheid van het proces-verbaal te twijfelen. De Raad van State oordeelde echter dat deze afspraak en de piketmelding onvoldoende grond boden om het proces-verbaal te betwijfelen.
De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Tevens oordeelde de Raad dat het beroep van de vreemdeling in eerste aanleg ongegrond was en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.