ECLI:NL:RVS:2009:BJ4592
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vergoeding planschade door gemeente Bunschoten
De gemeenteraad van Bunschoten wees op 5 juli 2007 het verzoek van appellant om vergoeding van planschade af. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Utrecht, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant door een bouwplan met vier woningen op een hoekperceel in een nadeliger positie was gekomen, waardoor hij schade leed. De rechtbank had geoordeeld dat de feitelijke bouwhoogte leidend was voor de planologische vergelijking, maar de Raad van State stelde dat voor de vergelijking de maximale bouwhoogte volgens het planologische regime moet worden aangehouden, tenzij verhoging met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank deze maatstaf niet juist had toegepast en vernietigde het vonnis. Vervolgens beoordeelde de Afdeling het beroep zelf en concludeerde dat de gemeenteraad voldoende had gemotiveerd dat de kans op toekomstige verhoging van de woningen verwaarloosbaar klein was, mede op basis van een deskundigenadvies en een wijziging van het bestemmingsplan.
Daarom verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad om vergoeding van planschade af te wijzen wordt ongegrond verklaard.