Uitspraak
200204634/1heeft overwogen, moeten tunnelkassen hoger dan 1,50 meter, gelet op de definitiebepalingen in de planvoorschriften, met kassen worden gelijkgesteld.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland keurde het bestemmingsplan "Eerste herziening Landelijk Gebied 1997" goed, waarin beperkingen werden gesteld aan het gebruik van hoge tunnelkassen op het perceel van appellant. Appellant betoogde dat deze beperkingen onredelijk zijn, omdat hij al jaren verplaatsbare tunnelkassen buiten het bouwvlak gebruikt en dat de gedoogbeschikking onvoldoende rechtszekerheid biedt.
De Afdeling oordeelt dat het college ten onrechte de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage miskent, waarin handhavend optreden tegen de tunnelkassen buiten het bouwvlak werd verboden. De gedoogbeschikking houdt onvoldoende rekening met belangen bij bedrijfsopvolging of -overdracht. Tevens is het bouwvlak en de maximale oppervlakte aan kassen onredelijk beperkt, aangezien er al een kas groter dan 1.500 m² binnen het bouwvlak staat.
Daarnaast is het aanlegvergunningvereiste voor het archeologisch waardevolle gebied onnodig voor het perceel van appellant, omdat dit een lage archeologische verwachtingswaarde heeft en nader onderzoek niet noodzakelijk is. De Afdeling vernietigt daarom het besluit voor zover het het perceel van appellant betreft en gelast de raad binnen zes maanden een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan voor het perceel van appellant wordt vernietigd en goedkeuring wordt onthouden.