ECLI:NL:RVS:2009:BJ5046
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- W.G. Timmerman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen revisievergunning varkenshouderij wegens geur, geluid en vliegen
Het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer verleende op 25 november 2008 een revisievergunning aan een vergunninghoudster voor een varkenshouderij aan een locatie in Boxmeer. Deze vergunning werd ter inzage gelegd en daarop stelde appellant beroep in bij de Raad van State. Het beroep richtte zich op vermeende geurhinder, geluidhinder en hinder van vliegen veroorzaakt door de inrichting.
Appellant trok zijn beroepsgrond over luchtkwaliteit in. De Raad van State oordeelde dat het college bij de beoordeling van geurhinder terecht uitging van de wettelijke geurnormen en dat cumulatie van geurbelasting niet in de Wet geurhinder en veehouderij is voorzien. De stelling dat de gebiedskaart een vertekend beeld geeft, werd onvoldoende onderbouwd en faalde. Ook de geluidgrenswaarden die aan de vergunning zijn verbonden, voldeden aan de richtlijnen uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, en het akoestisch rapport was volgens de Raad van State betrouwbaar.
Ten aanzien van hinder van vliegen stelde appellant dat geen onderzoek was verricht, maar het college had voorschriften verbonden aan de vergunning die het aantrekken en bestrijden van ongedierte regelen. Deze maatregelen werden als toereikend beoordeeld. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning voor de varkenshouderij wordt ongegrond verklaard.