ECLI:NL:RVS:2009:BJ5080
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.W.J. Sloots
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek legde appellant dwangsommen op om de permanente bewoning van een recreatiewoning op een perceel in een recreatiepark te staken. Appellant voerde aan dat het bestemmingsplan onuitvoerbaar was en dat bijzondere omstandigheden bestonden die handhaving zouden moeten voorkomen, zoals financiële gevolgen, het ontbreken van concreet zicht op legalisatie en het vertrouwensbeginsel.
De Raad van State oordeelde dat de toetsing van het bestemmingsplan in deze procedure beperkt is tot de geldigheid van het planvoorschrift en dat permanente bewoning in strijd is met het bestemmingsplan. Het college mocht handhavend optreden, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De aangevoerde financiële gevolgen werden buiten beschouwing gelaten omdat deze niet tijdig waren ingebracht.
Verder was er geen concreet zicht op legalisatie, aangezien het college het verlenen van vrijstelling afwees en de gemeenteraad de bevoegdheid heeft tot planherziening. Het enkele tijdsverloop en het eerdere niet-handhaven tegen andere bewoners rechtvaardigen geen gedoogbeleid. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalde, mede omdat de gestelde toezeggingen niet aannemelijk waren gemaakt.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Zutphen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen permanente bewoning bevestigd.