ECLI:NL:RVS:2009:BJ5087

Raad van State

Datum uitspraak
7 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200902684/2/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • P.J.J. van Buuren
  • H.E. Troost
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbOnteigeningswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan De Bleek-Vorden

Het college van gedeputeerde staten van Gelderland heeft op 20 februari 2009 het bestemmingsplan 'De Bleek-Vorden', vastgesteld door de raad van de gemeente Bronckhorst, goedgekeurd. Verzoekers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend gericht tegen het plandeel met de bestemming 'Verkeer (V)' dat hun gronden betreft.

Verzoekers stellen dat zij door het plan worden benadeeld omdat er volgens hen voldoende alternatieve locaties zijn voor parkeerplaatsen en dat andere invullingen mogelijk zijn die beter aansluiten bij hun wensen en de parkeerbehoefte. De voorzitter constateert dat de gronden van verzoekers nodig zijn voor de verwezenlijking van het plan en dat de raad heeft toegezegd te zullen trachten een minnelijke overeenkomst met verzoekers te bereiken, met de mogelijkheid tot een onteigeningsprocedure indien nodig.

De voorzitter overweegt dat een onteigeningsprocedure pas kan worden gestart nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden en verwacht dat de hoofdzaak zal zijn afgerond voordat een onteigeningsprocedure in een gevorderd stadium is. Gezien dit ontbreken van spoedeisend belang wijst de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

200902684/2/R2.
Datum uitspraak: 7 augustus 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 20 februari 2009, nummer 2008-16153, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Bronckhorst (hierna: de raad) bij besluit van 28 augustus 2008 vastgestelde bestemmingsplan "De Bleek-Vorden".
Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 april 2009, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 april 2009, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 31 juli 2009, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door ing. G.J. Pelgrum, zijn verschenen.
Voorts is ter zitting de raad als partij gehoord, vertegenwoordigd door mr. G.H. Knoef-Vroeggink, ambtenaar in dienst van de gemeente.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plangebied ligt ten zuiden van het centrum van Vorden. Het perceel van [verzoekers] bevindt zich in het plangebied. Het plan voorziet onder meer in de mogelijkheid parkeerplaatsen te realiseren. Het college heeft het plan goedgekeurd.
2.3. [verzoekers] richten zich met hun verzoek tegen het plandeel met de bestemming "Verkeer (V)" voor zover dat betrekking heeft op hun gronden. Zij voeren aan dat zij door het plan worden benadeeld omdat de gemeente voldoende mogelijkheden heeft gehad om op andere gronden parkeerplaatsen te realiseren. Voorts zijn andere invullingen van het plangebied mogelijk waarbij aan hun wensen en aan de parkeerbehoefte kan worden voldaan, aldus [verzoekers].
2.4. De voorzitter overweegt dat uit de stukken blijkt dat voor de verwezenlijking van het plan de gronden van [verzoekers] nodig zijn. Ter zitting is van de zijde van de raad verklaard dat zal worden getracht met [verzoekers] tot minnelijke overeenstemming te komen. Indien de onderhandelingen niet tot overeenstemming leiden, zal een procedure op grond van de Onteigeningswet worden gestart.
2.5. Daargelaten dat eerst tot eventuele onteigening kan worden overgegaan nadat de goedkeuring van het plan in rechte onaantastbaar is geworden, heeft de voorzitter de verwachting dat uitspraak zal worden gedaan in de hoofdzaak voordat een eventuele onteigeningsprocedure zich in een gevorderd stadium zal bevinden. Met het verzoek is derhalve geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek dient te worden afgewezen.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Troost, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Buuren w.g. Troost
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2009
317-545.