ECLI:NL:RVS:2009:BJ5103

Raad van State

Datum uitspraak
12 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200904393/1/H2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. D 9 Kieswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen registratie als kiesgerechtigde voor Europees Parlement

Appellante heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Hilversum waarbij zij als kiesgerechtigde voor de verkiezing van het Europees Parlement in Nederland is geregistreerd en waarvan mededeling is gedaan aan de Italiaanse autoriteiten.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en vastgesteld dat appellante het verschuldigde griffierecht van €150,00 niet binnen de termijn heeft voldaan. Volgens artikel 8:41, tweede lid, Awb, en artikel D 9, derde lid, Kieswet, dient het griffierecht binnen twee weken te zijn betaald, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die een verzuim van appellante redelijkerwijs uitsluiten. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 augustus 2009, in aanwezigheid van de voorzitter en leden.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

200904393/1/H2.
Datum uitspraak: 12 augustus 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Hilversum,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 juni 2009, heeft [appellante] beroep ingesteld tegen, naar zij stelt, twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Hilversum (hierna: het college) waarbij zij als kiesgerechtigde voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement is geregistreerd in Nederland en waarvan mededeling is gedaan aan de desbetreffende Italiaanse autoriteiten.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 7 augustus 2009.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wijst de griffier de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Ingevolge artikel D 9, derde lid, van de Kieswet bedraagt de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, in afwijking van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, twee weken. De voorzitter van de Afdeling kan een kortere termijn stellen.
2.2. [appellante] is voor het door haar ingestelde beroep € 150,00 aan griffierecht verschuldigd. In de aan [appellante] aangetekend verzonden brief van 22 juni 2009 van de Secretaris van de Raad van State staat vermeld dat het griffierecht uiterlijk 6 juli 2009 dient te zijn bijgeschreven op rekening van de Raad van State, dan wel dient te zijn betaald op het adres van de raad van State met de mededeling dat - indien het verschuldigde bedrag niet op de vermelde datum is ontvangen - zij er rekening mee dient te houden niet-ontvankelijk te worden verklaard in beroep. Het door [appellante] verschuldigde griffierecht is door de Raad van State niet ontvangen. Gesteld noch gebleken is dat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat [appellante] in verzuim is geweest.
2.3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump w.g. Bindels
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2009
85-502.