ECLI:NL:RVS:2009:BJ5110
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling werkgeverschap en boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 28 november 2006 legde de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een boete van €184.000 op aan de wederpartij wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De minister verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de rechtbank 's-Gravenhage vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak behandeld en overwogen dat de wederpartij als werkgever in de zin van de Wav moet worden aangemerkt, omdat zij feitelijk vreemdelingen arbeid heeft laten verrichten zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. Dit blijkt uit verklaringen van vreemdelingen, de betrokkenheid van de wederpartij bij het vervoer en betaling, en de relatie met het bedrijf waar de arbeid werd verricht.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de wederpartij ongegrond. Het besluit van 10 oktober 2007 blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en de boeteoplegging blijft in stand.