ECLI:NL:RVS:2009:BJ5197
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting Surinaamse vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank ’s Gravenhage die de vreemdelingenbewaring van een Surinaamse vreemdeling op 23 mei 2009 had opgeheven en schadevergoeding had toegekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat in april 2009 een nieuwe werkwijze tussen Nederlandse en Surinaamse autoriteiten was ingevoerd voor het behandelen van aanvragen voor noodpaspoorten, waardoor het onderzoek naar identiteit en nationaliteit van de vreemdeling kon worden bespoedigd. Ten tijde van de inbewaringstelling werd deze werkwijze reeds toegepast, zodat geen grond bestond voor het oordeel dat het zicht op uitzetting ontbrak.
De vreemdeling had betoogd dat een meldplicht voldoende zou zijn in plaats van bewaring, maar dit werd verworpen omdat hij ongewenst was verklaard, veroordeeld voor een misdrijf en geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die bewaring onevenredig bezwarend maakten.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.