ECLI:NL:RVS:2009:BJ5499
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen wijziging afvalwaterzuiveringsinstallatie Harnaschpolder
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 23 april 2009 een verklaring afgegeven op grond van artikel 8.19, tweede lid, onder c, van de Wet milieubeheer voor een verandering aan de afvalwaterzuiveringsinstallatie Harnaschpolder van Defluent Services B.V. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening.
Verzoekers stelden dat het verwijderen van de drijvende afdekking op de nabezinktanks in strijd was met vergunningvoorschrift C 2.1.1 en de NeR, en dat dit zou leiden tot meer geurhinder dan toegestaan. Het college stelde dat de melding terecht was geaccepteerd omdat metingen en nader geuronderzoek van 28 juli 2009 geen overschrijding van de geuremissiegrenswaarde lieten zien.
De voorzitter overwoog dat het verwijderen van de afdekking geen merkbaar nadelig effect heeft op de geuremissie en dat de metingen en het geuronderzoek voldoende waren voor deze spoedprocedure. Het college zal in de bezwaarprocedure de gegevens verder beoordelen. Gezien de belangenafweging en de aanzienlijke kosten van het terugplaatsen van de afdekking, wees de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 11 augustus 2009 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten Zuid-Holland wordt afgewezen.